Ruben Hoekstra
Ik ben Ruben. Ik kom uit Zoutkamp en woon nu in Winsum, midden in het Waddengebied. Het Lauwersmeer ligt bijna in mijn achtertuin en het landschap ken ik goed. Toch kijk ik er sinds mijn studie Bos- en Natuurbeheer anders naar. Ik zie hoe het is ontstaan en hoe alles met elkaar samenhangt. Dat is ook wat me aantrekt aan het Ziltepad. Ik wil het landschap beter begrijpen, lopend langs wierden, dorpen en kerken die al eeuwen op hun plek staan.
Dit wordt mijn eerste lange tocht en dat maakt het spannend. De afgelopen twee jaar stonden in het teken van het zorgen van mijn dochtertje die ernstig ziek werd. Dat heeft veel veranderd. Deze tocht voelt als een moment om stil te staan en weer ruimte te maken. Minder haast, meer aandacht voor wat er is. Onderweg leg ik vast wat ik tegenkom, onder andere met een instant camera voor de kerken langs de route. Die mag dan ook niet ontbreken in mijn rugzak.
Huisduinen, 2 april 2026
![]()
In de stedelijke omgeving van Den Helder had ik moeite om de juiste woorden voor mijn journal te vinden. Vandaag, op het Noordzeestrand is dat anders. De woorden waaien mij tegemoet.
Het is grijs. Het is lastig te zien waar de grauwe lucht eindigt en de zee begint. Een stevige westenwind blaast motregen tegen mijn rechterzij. Ik volg de lijn van schelpen die verraadt tot waar de zee is gekomen. Inmiddels trekt de zee zich terug. Het natte zand spreidt zich voor mij uit. Het Ziltepad onder mijn voeten wordt steeds groter. Wat heerlijk om zo blootgesteld te worden aan de elementen.
Ik voel me een zandloper, waarbij het strand mijn tempo bepaalt. In het mulle zand kun je niet anders dan vertragen. Precies wat ik nodig had."
Oudesluis, 3 april 2026
![]()
Ik zit in een klein huisje op de (eeuwenoude) sluis van Oudesluis. De wind giert langs de houten wanden en achter mij raast het autoverkeer. Ik kijk uit over het Oude Veer. Wandelend langs deze kronkelende getijdengeul stelde ik me zojuist voor voor hoe de Waddenzee zich hier een weg door het open landschap heeft gezocht.
Zo aan het begin van deze tocht ben ik ook zoekende in dit landschap. Naar een fijn wandelritme. Naar stilte. Naar ruimte. Ik weet niet hoe de rest van de tocht zal zijn. Wel weet ik dat de kerktorens mij de weg zullen wijzen. In de verte zie ik de torenspits van mijn volgende bestemming.
Stroe, 5 april 2026
Lopend over de Waddendijk realiseer ik me iets. Vandaag was luid. Een etappe gevuld met geluiden. Geluiden van stemmen tijdens spontane ontmoetingen. Van pianospel in de Hippolytuskerk. Van de karakteristieke roep van grutto's, wulpen en scholeksters. Maar vooral van het onophoudelijke suizen van de stevige zuidwesterwind.
Aangekomen in Stroe doe ik de zware houten deur van de Heidense Kapel achter me dicht. Stilte. Het voelt onwennig.
Oosterland, 7 april 2026
![]()
Ik zit op de basaltblokken die Oosterland de eerste bescherming bieden tegen de Waddenzee. Het is eb. Voor mij schittert het zonlicht in ontelbare plasjes en geultjes. Op deze kalme ochtend lijken de geultjes vaste ingesleten patronen van het Wad. Onveranderbaar.
Ik weet dat de werkelijkheid anders is. Straks zal het terugkerende water dit ogenschijnlijk statische landschap overspoelen. Oude patronen zullen verdwijnen en nieuwe patronen ontstaan. Het heeft alleen tijd nodig. Ik dank de zee voor deze les en loop vlug verder. De bus wacht. Op naar Fryslân.
Wijnaldum, 8 april 2026
Het Ziltepad richting terpdorp Wijnaldum is gehuld in stilte. Ik heb het autoverkeer achter me gelaten. De weidevogels die mij gister nog luidkeels vergezelden voelen zich hier niet thuis op het akkerland. Zelfs de mensen die me tegemoet fietsen begroeten mij met zachte stem, alsof ze bang zijn om de rust te doorbreken.
Toch heeft het landschap me veel te vertellen. Het bijna bloeiende Barbarakruid in de berm zegt me dat ze het naar haar zin heeft op de Friese klei. De terpen vertellen over de rijke bewoningsgeschiedenis van dit gebied. De kwelderwallen delen hun verhaal over het ontstaan van Westergo. Juist in stilte hoor je het landschap.
Mijn gedachten worden verstoord door het zoemende geluid van een schuurmachine. Die vertelt me dat er gewerkt moet worden
Sint Jabik, 10 april 2026
![]()
Het ochtendlicht schijnt door de grote ramen van de Grote Kerk. Mijn lichaam is stijf. Het is alsof mijn spieren niet willen dat ik de vorige etappe vergeet.
Het Ziltepad heeft me gister op de proef gesteld. De omgeploegde klei onder mijn voeten was droog. Hard. Ongenadig.
Omringd door kerktorens in de verte kon ik niet anders dan naar de grond kijken. Mijn aandacht verschoof van buiten naar binnen. Het landschap sprak niet meer tot mij. Mijn lichaam is nu aan zet om te spreken. Ik zal proberen te luisteren.
Noarderleech, 12 april 2026
![]()
Ik schrijf weinig. Ik voel veel. Mijn rugzak trekt aan mijn schouders. Er lijkt wel meer bagage in te zitten dan een paar dagen geleden.
Al zeulend met die bepakking verval ik in oude patronen. Het doet pijn. Ik wil loslaten, maar dat lukt niet.
Ik besluit om dit gevoel te omarmen. Met compassie stop ik het in mijn rugzak. Voor nu draag ik het bij me.
Ik vervolg mijn pad. Het pad dat ik zelf moet bewandelen. Zoekende, net als de zee, in de hoop dat ik nieuwe patronen vorm.
Lauwersoog, 15 april 2025
Twee dagen zonder het Ziltepad onder mijn voeten hebben me de kracht van wandelen doen inzien. Een ogenschijnlijk simpele handeling die zoveel teweeg kan brengen.
Wandelen schept ruimte. Om te denken. Om te voelen. Om te zijn.
Waar de gedachten mij dreigen te ontsnappen, ga ik even zitten om ze op te schrijven.
Waar de gevoelens mij te sterk worden, wandel ik door. Niet om ervan weg te lopen, maar om de last gedoseerd te ervaren. Stap voor stap.
Voor mij zit de kracht van wandelen in de afwisseling tussen stilstaan en verdergaan. Reflecteren en reguleren.
Bij de zonovergoten haven van Lauwersoog verlaat ik de bus. Mijn pad staat op het punt weer te versmelten met het Ziltepad. Met kippenvel op mijn armen zet ik de eerste stappen.