Ga naar inhoud

Orgelconcert Peter Westerbrink

Farmsum

Orgelconcert door Peter Westerbrink, organist te Noordbroek. Twee topstukken uit de 19de eeuw staan centraal. De Sonate III van August Ritter en de Grande pièce symphonique van César Franck. Tussendoor klinken er werkjes van Lefébure-Wély

Neem alvast een kijkje

Orgelconcert door Peter Westerbrink, organist te Noordbroek. Programma: August Gottfried Ritter (1811-1885): Sonate III in a, Opus 23 (1855) rasch-recit-nicht schleppend-rasch-entschlossen -(Fuge) Gib dich zufrieden und sei stille , Opus 9 Gib dich zufrieden und sei stille in dem Gotte deines Lebens, in ihm ruht aller Freuden Fülle, ohn ihn mühst du dich vergebens; er ist dein Quell und deine Sonne, scheint täglich hell zu deiner Wonne. Gib dich zufrieden.  Louis James Alfred Lefébure-Wély (1817-1869): Uit Lórganiste moderne, 13 Livraison: Marche in C (1867) Uit Lórganiste, 11me Livraison: Sortie in Es (1867) César Franck (1822-1890): Grande pièce symphonique (1860-62) Opus 17: Andante serioso Allegro non troppo e maestoso Andante Allegro (Final) Omschrijving De IIIte Sonate opus 23 van August Gottfried Ritter vormt een mijlpaal in de ontwikkeling van de Duitse negentiende-eeuwse orgelsonate. De volledige titel luidt: IIIte Sonate Amoll für die Orgel componirt und Herrn Dr. Franz von Liszt, Praesident der ungarischen Landesakademie in Budapest zugeeignet von A. G.Ritter. Ritter was een van de meest vooraanstaande organisten van zijn tijd. Als orgelvirtuoos, improvisator en componist oogstte hij alom bewondering. Als orgelexpert drukte hij een belangrijk stempel op grote (nieuwbouw) projecten, waarbij hij zich kritisch uitliet over modieuze vernieuwingen. Met zijn ‘Geschichte des Orgelspiels vornehmlich des deutschen, im 14. bis zum Anfange des 18. Jahrhunderts’ (1885) heeft hij pionierswerk geleverd. Groot is zijn bewondering voor componisten als Frescobaldi, Scheidt, Muffat en Händel. Als organist werkte hij enkele jaren aan het grote (en nog bestaande) Ladegast-orgel van de Merseburger Dom. Zijn levensbestemming vond hij echter aan de Dom van Magdeburg met zijn beroemde Compenius-orgel uit 1605. Voor dit orgel, in de kern nog volop barok, componeerde hij zijn derde orgelsonate. In 1856 werd dit instrument echter vervangen door een geheel nieuw orgel van Adolf Reubke. Op instigatie van Ritter, dat wel. Zoals gezegd, de derde Sonate is een mijlpaal. Vinden we bij Felix Mendelssohn nog de traditionele meerdelige orgelsonate, Ritter experimenteert, net zoals de door hem bewonderde Franz Liszt met de doorgecomponeerde vorm, waarbij de verschillende delen in elkaar overgaan en weer gevarieerd herhaald worden, alles in een uiterst divers vormenpalet: toccata, recitatief, aria, koraal, thema met variaties en fuga. Dit experimenteren met de doorgecomponeerde vorm was overigens niet alleen een Duitse aangelegenheid: in Frankrijk zien we dezelfde ontwikkeling, bijvoorbeeld in de Grande pièce symphonique van César Franck. Ook hier hebben we te maken met een soort sonate, nu in vier delen. Na een rustige inleiding Andante serioso met een prachtig lyrisch thema en een kort dalend motief als tegenhanger, volgt het eerste deel (Allegro non troppo e maestoso) in de traditionele sonatevorm waarbij twee thema’s worden gepresenteerd (het eerste enigszins bombastisch, het tweede koraalachtig), die vervolgens vrij verwerkt worden.Ter afsluiting klinkt het korte dalende motief uit de inleiding. Het tweede deel van de sonate is een teer en ontroerend Andante dat zonder onderbreking overgaat in het snelle derde deel Allegro waarin halverwege een zangerige melodie opduikt waarna het Andante gevarieerd herhaald wordt. Dan volgt de grote finale waarin bijna alle thema’s en motieven uit het voorgaande nog eens de revue passeren om te eindigen met het stralende bombastische beginthema (nu in majeur) dat ook het materiaal levert voor een spectaculaire afsluitende fuga. En daarmee grijpen zowel Ritter als Frank op een oude traditie om orgelspel te beëindigen met een vrolijke fuga. Als intermezzo klinken, naast een in zich gekeerd koraalvoorspel van Ritter, twee werkjes van Lefébure-Wély. Verafgood door het grote publiek maar ook verguisd door zijn flamboyante stijl was hij verreweg de populairste organist van Parijs. Bewonderd door de grote orgelmaker Aristide Cavallé Coll, die veel Parijse kerken van schitterende orgels voorzag, werd hij in 1846 organist van diens beroemde orgel in de Madeleine en vanaf 1863  van de St. Sulpice. Ze waren als vrienden onafscheidelijk en promootten elkaars werk. Tegenover zijn veel populairdere tijdgenoot stak het werk van Franck bij het grote publiek als veel te serieus af. Maar terwijl Lefébure’s ster  in onze tijd is verbleekt, droeg César Franck wél zijn bekende Final op ‘A son ami (!) Monsieur Lefébure-Wély.

Wanneer
16 mei
Prijsinformatie
Vanaf € 12,00 (Regulier)
Afstand tot jouw locatie

Mis niets!

Ontvang het laatste nieuws, de mooiste verhalen en de leukste routes van VisitWadden.