Proef de zilte verleiding

De Smaak van de Wadden is zilt. Vis, zeevruchten en eetbare kwelderplanten, maar ook veel vlees en groenten krijgen hun kenmerkende smaak van Werelderfgoed Waddenzee. Dat wil niet zeggen dat alles zout is. Zilt is vooral een smaakversterker, die alle natuurlijke ingrediënten uit het waddengebied net dat extra accent geeft. Kom de Smaak van het Wad proeven bij boeren en vissers, in een theetuin of bij een van de vele chefs die koken met oog voor de natuur.

Kleine foodprint

De Wadden zijn een heerlijk gebied voor koks en liefhebbers van lekker eten. De natuur geeft hier smaak in overvloed. Bewoners hebben hier door de eeuwen heen hun eigen vindingrijkheid aan toegevoegd. En dat doen ze nog steeds. Zo wordt er tegenwoordig op veel plekken langs de kust en op de eilanden geëxperimenteerd met zilte teelten. Een antwoord op de klimaatverandering, niet alleen voor het gebied zelf, maar voor delta’s wereldwijd.

Voedsel produceren en bereiden in en langs de randen van een natuurlijk Unesco Werelderfgoed brengt verplichtingen met zich mee. Hou je van eerlijk eten? Biologisch, uit de streek en gemaakt met een zo klein mogelijk ‘foodprint’. Dan ben je in het waddengebied helemaal op je plek. Niet alleen veel restaurants zien je graag als gast, maar ook veel boeren nemen je met liefde voor hun land graag mee in hun verhaal over duurzaam eten. Je vindt ze bijvoorbeeld via een van de foodroutes op deze site. Leuk om te ontdekken, lekker om te proeven.

Kenners van het Wad

Ook een mooie manier om de Smaak van de Wadden te ontdekken, is door op pad te gaan met een kenner van het wad. Duurzame vissers nemen je mee aan boord om je te laten zien hoe zij, vaak met traditionele technieken, vissen. Elk seizoen heeft z’n eigen soorten en elke soort zijn eigen smaak en bereidingswijze. Veel vis wordt gerookt om er langer van te kunnen genieten. Niet alleen de samenstelling van het pekelbad geeft de gerookte vis zijn smaak, ook de houtsoort waarmee wordt gerookt en de kruiden die hieraan kunnen worden toegevoegd bepalen het resultaat. 

Behalve op zee, wordt er ook aan de randen van het wad ‘gevist’. Bijvoorbeeld op Japanse oesters en mosselen. Proef ze vers van de bodem van het Wad tijdens een excursie met visser of verzamel ze en neem ze mee om er na afloop een heerlijk maaltje mee te maken. 

Zware klei en natte kwelder

Dat het waddengebied al lang wordt bewoond, ondanks de gevaren van overstromingen, zegt iets over de kwaliteit van grond. Het land langs de kust is gevormd doordat de zee met elk getij vruchtbare klei achterliet. Al in de tijd van de terpen en wierden werden hierop gewassen verbouwd en vee gehouden. Na en met de bedijking werd de landbouw steeds grootschaliger. Van de akkers in Groningen - en vooral in de Graanrepubliek - werd wel gezegd dat ze zo lang waren dat je de bolling van de aarde erin kon zien. 

De laatste jaren lijkt het tij te keren. De waddenkust voedt met zijn melk en (poot)aardappelen nog steeds een deel van de wereldbevolking, maar het continu verhogen van de opbrengsten maakt plaats voor meer oog voor boeren met de natuur. Agrarische natuurverenigingen zorgen met hun leden voor rijkere graslanden waar weidevogels meer voedsel vinden en natuurlijke oevers voor meer leven in het water en langs de waterrand. Ook zie je steeds vaker kleurrijke akkerronden rond de landbouwpercelen. Deze prachtige bloemrijke randen zijn goed voor insecten en een lust voor het oog. 

Langs de hele waddenkust en op de eilanden weten boeren en natuurbeheerders elkaar steeds beter te vinden. Hier en daar wordt landbouwgrond beschikbaar gesteld voor natuurontwikkeling. Op andere plekken voeren boeren het beheer van natuurgebied uit, onder meer in de kwelders. Dat zie je onder meer aan de runderen die in deze gebieden grazen. Zo kom je naast de kenmerkende zwart-witte Fries-Hollandse koe, langs de kust ook steeds vaker de helemaal zwarte Aberdeen Angus tegen. Het vlees van deze ‘natuurgrazers’ vind je bij de gespecialiseerde slagers in het gebied. Ook de chefs van de betere restaurants maken er graag gebruik van. 

Schapenland

Dat geldt ook voor het lams- en schapenvlees van het waddengebied. Texel heeft de naam, maar schapenboeren vind je overal in de Wadden. De Waddenzeedijk wordt bijvoorbeeld grotendeels met schapen beweid. En ook op de andere eilanden grazen schapen en lammeren in de polders en op de kwelders. Het beste lamsvlees eet je - anders dan vaak wordt aangenomen - niet in het prille voorjaar, maar vanaf zomer als de lammeren minstens honderd dagen buiten hebben gelopen. Kaas van schapenmelk is het hele jaar een bezoek aan een van de vele boerderijwinkels in de Wadden waard.