Flora en fauna

Het Waddengebied bruist van het leven, je vindt er talloze planten en dieren. Ze doen het goed op het stille, ruime en donkere Wad. Toch weten we dat kusntmatig licht het leven van dieren planten ernstig van verstoren. Student ecologie en evolutie Vera Thijssen legt je uit wat overmatig licht met nachtdieren en -planten doet en waarom het belangrijk is dat we de nacht op én buiten het Wad donker houden. 

Actief in de nacht 

Wanneer de schemering intreedt en de dag plaatsmaakt voor de nacht, vindt er in de natuur ook een transformatie plaats. Dieren die gedurende de dag actief zijn begeven zich naar hun schuilplaatsen en sommige planten zoals krokussen en tulpen sluiten hun bloemen. Maar niet alle organismen gaan ‘s nachts in een ruststand. Er komen namelijk juist ook heel veel soorten tevoorschijn bij het vallen van de nacht. De meeste nachtdieren zijn wakker om voedsel te zoeken. Veel prooidieren zijn in het donker namelijk minder zichtbaar voor hun vijanden, terwijl sommige roofdieren juist ‘s nachts op jacht gaan om niet op te vallen aan hun prooi. Maar ook het vermijden van concurrentie met soorten die overdag foerageren of het ontwijken van verstoring door de mens maakt dat sommige dieren ‘s nachts wakker zijn. De zintuigen van veel nachtdieren zijn aan de donkerte aangepast zodat ze ook zonder licht goed kunnen functioneren. Lichtvervuiling perkt het donkere leefgebied van deze dieren sterk in en daar hebben veel van hen flink last van.

Nachtbloeiers & insecten

 

Ongeveer de helft van alle insecten op de wereld zijn nachtdieren. Om ‘s nachts voedsel te kunnen zoeken, is het gezichtsvermogen van veel van hen aangepast aan het donker. Zo voegen de zenuwen van pijlstaartvlinders bijvoorbeeld lichtdeeltjes samen om ze te versterken. Door dit ‘neural summation’ fenomeen hebben deze vlinders een goed nachtzicht. Veel planten zoals de teunisbloem, maanbloem, kamperfoelie (hier rechts) en nachtjasmijn spelen hierop in en openen in de nacht hun bloemen of geven sterke geuren af om door insecten bestoven te worden.

De biodiversiteit en omvang van insectenpopulaties gaan al jaren sterk achteruit. Lichtvervuiling lijkt hier een belangrijke oorzaak van te zijn. Zo worden verschillende insecten zoals kevers en nachtvlinders aangetrokken tot licht in de nacht. Door uitputting of predatie zullen vele van deze diertjes dit niet overleven. In Duitsland sterven bijvoorbeeld al jaarlijks 100 miljard insecten in de zomer doordat ze aangetrokken worden door de koplampen van voertuigen. Andere insectengroepen mijden licht waardoor hun leefgebied steeds kleiner wordt met allerlei negatieve gevolgen voor onder andere hun voedselvoorziening van dien. Ook de voortplanting van insecten wordt beïnvloed door lichtvervuiling. Veel insecten paren namelijk niet zo vaak als het niet volledig donker is. Bioluminescente signalen van vuurvliegjes en glimwormen zijn dan bijvoorbeeld minder zichtbaar voor potentiële partners. Ook produceren vrouwelijke nachtvlinders minder en andere lokstoffen om mannetjes aan te trekken onder invloed van licht. Daarnaast kunnen lichtreflecties sommige insectensoorten misleiden om hun eitjes af te zetten op bijvoorbeeld asfalt in plaats van water. Hierdoor kunnen de eitjes zich niet ontwikkelen en zal er dus geen nageslacht geboren worden.

Als we niet gaan verdonkeren, wordt het leefgebied van nachtdieren steeds kleiner

Vera Thijssen

Kwakers

 

De meeste amfibieën zijn ook in de nacht actief. Ze gaan dan op zoek naar voedsel of een partner en in het voorjaar vindt ‘s nachts de paddentrek plaats. Naast een uitzonderlijk nachtzicht, beschikken veel van deze dieren over tastzintuigjes aan de zijkant van hun lichaam om prooien of roofdieren te kunnen waarnemen in het water. Al jaren neemt het aantal amfibieën af. Lichtvervuiling draagt hier mogelijk aan bij doordat het deze dieren op meerdere vlakken verstoort. Veel amfibieën worden bijvoorbeeld aangetrokken door kunstlicht. Hierdoor worden ze makkelijk slachtoffer van het verkeer op verlichte wegen. Padden blijken daarentegen juist licht te vermijden tijdens hun trek met uitstel van het oversteken van wegen en een stagnerende trek als het gevolg. Lichtvervuiling kan ook het voortplantingsgedrag van amfibieën beïnvloeden. Zo blijken bij sommige kikkers de mannetjes minder te roepen in de nacht naar vrouwtjes onder invloed van nachtelijk kunstlicht. Tot slot kan lichtvervuiling ook de larvale ontwikkeling van kikkers en salamanders verstoren. Overmatige blootstelling aan licht blijkt namelijk de metamorfose van deze dieren vertragen.

Vleermuizen

 

Vleermuizen zijn misschien wel de bekendste nachtdieren. Deze vliegende zoogdiertjes zijn in Nederland streng beschermd en jagen in de avond en nacht op insecten. Zij maken hiervoor gebruik van sonar. Door ultrahoge geluiden uit te zenden naar allerlei objecten, kunnen ze uit de echo die terugkomt afleiden waar een prooi is. Maar niet alleen het gehoor van vleermuizen is aangepast aan de nacht, de ogen van deze nachtdieren zijn ook erg gevoelig voor een lage lichtintensiteit. Hierdoor kunnen ze in de donkerte nog goed zien, maar zal licht hen tijdelijk verblinden. Lichtvervuiling kan zowel de verblijfplaats als belangrijke vliegroutes en het jachtgebied van vleermuizen verstoren. Met name traagvliegende soorten zoals de grootoorvleermuis hebben hier last van. Om predatie te voorkomen, zullen zij verlichte plekken mijden. Hierdoor vliegen ze bijvoorbeeld ‘s avonds later uit, gebruiken ze gevaarlijkere vliegroutes of vermijden ze zelfs hele jachtgebieden met een lagere jachtopbrengst en overlevingskans tot gevolg. Snelvliegende soorten zoals de dwergvleermuis ondervinden hier minder hinder van. Zij hebben namelijk  minder te vrezen van roofdieren. Ze kunnen soms zelfs van lichtvervuiling profiteren door op insecten te jagen die aangetrokken worden tot het licht van bijvoorbeeld straatlantaarns. Lichtvervuiling zorgt er dus voor dat zowel de soortensamenstelling van vleermuizen, hun verdeling in het landschap als interacties met hun prooidieren worden beïnvloed.

Naast vleermuizen zijn er ook nog andere niet-vliegende zoogdieren ‘s nachts wakker. Wilde zwijnen, dassen, egels, steenmarters en bosmuizen komen wanneer de zon ondergaat tevoorschijn om met hun uitstekende reukvermogen op zoek te gaan naar boomvruchten, paddenstoelen, insecten of andere kleine diertjes. Ook bevers duiken tijdens de schemering op om te knagen op de bast en twijgen van bomen en kruidachtige planten. Maar ook echte roofdieren zoals vossen en otters gaan in de nacht op jacht. Vossen gebruiken met name hun uitstekende gehoor en nachtzicht om prooien te vinden in het donker, terwijl otters de bewegingen van vissen in het water voelen met hun snorharen. Bovendien houden sommige van nature dagactieve roofdieren zoals wolven er een nachtelijke levenswijze op na in ons land door felle bejaging in het verleden. Ook deze nachtdieren ondervinden hinder van lichtvervuiling. Ze vermijden verlichte plekken om bijvoorbeeld niet op te vallen aan prooi- of roofdieren en verliezen daardoor een deel van hun leefgebied.

De weg kwijt

Tot slot zijn in de nacht ook verschillende vogels actief. Uilen zijn bijvoorbeeld ‘s nachts wakker om te jagen op kleine prooidieren zoals muizen. Hiervoor maken ze niet alleen gebruik van hun uitstekende nachtzicht, maar ook van hun scherpe gehoor. De beide oren van uilen hebben namelijk geen gelijke vorm. Met hun ene oor kunnen ze goed horen of het geluid van links of rechts komt en met het andere of het van boven of onder komt. Lichtvervuiling verstoort het nachtzicht van uilen en plekken die ‘s nachts verlicht zijn worden vermeden door prooidieren waardoor het jachtgebied en het aantal potentiële schuilplaatsen voor uilen ingeperkt wordt. Maar uilen zijn zeker niet de enige vogels die in de nacht wakker zijn. Veel trekvogels zoals steltlopers, eenden en ganzen en een aantal zangvogels leggen ‘s nachts enorme afstanden af. Hiervoor maken zij onder andere gebruik van een magnetisch kompas dat afhankelijk is van licht en de sterren en de maan voor hun oriëntatie. Lichtvervuiling maakt het moeilijker om deze kompassen goed te gebruiken. Ook trekken sterk verlichte gebieden vogels aan. Hierdoor kunnen vogels uitgeput raken doordat ze rond de lichtbron gaan cirkelen of kunnen ze er soms zelfs tegenaan botsen. Zo sterven naar schatten 6.8 miljoen vogels per jaar in de Verenigde Staten en Canada als gevolg van een botsing tegen torens, met name als deze witte of flitsende lichten hebben. Maar ook vuurtorens, olieplatformen en luchthavens die in de nacht zijn verlicht blijken voor veel dode trekvogels te zorgen.

 

Meer wetenschappers over het donker

  • Astronomie

    Door Reynier Peletier, hoogleraar Sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen

    Astronomie
  • Welzijn & gezonheid

    Door Anneloes Opperhuizen, onderzoeker en projectleider bij het BioClock Consortium

    Welzijn & gezonheid
  • Cultuurhistorie

    Door Koen van den Driesche, landschapshistoricus en oprichter van Waddensky

    Cultuurhistorie

Mis niets!

Ontvang het laatste nieuws, de mooiste verhalen en de leukste routes van VisitWadden.