Orgelconcert Wibren Jonkers
Farmsum
Orgelconcert Wibren Jonkers - "Jeugdportretten" In de muziekgeschiedenis verschijnt het motief van de jeugd vaak op twee manieren: als onderwerp en als creatieve kracht. De muziek in dit programma laat verschillende aspecten van dat idee horen.
Neem alvast een kijkje
Orgelconcert Wibren Jonkers - "Jeugdportretten" Programma Suite C-Dur, KV 399 Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Ouverture Allemande Courante Sarabande (fragment, voltooid door WJ) Scherzo uit A Midsummer Night’s Dream Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) arr. Yannick Merlin (1976) Improvisatie over Psalm 8 Wibren Jonkers (1999) ‘’Uw luister aan de hemel wordt bejubeld door de mond van kinderen en zuigelingen.’’ Mein junges Leben hat ein End Jan Pieterszoon Sweelinck (1561-1621) Uit Children’s Corner: Claude Debussy (1862-1918) Doctor Gradus ad Parnassum Wibren Jonkers (1999) Serenade for the Doll The Snow Is Dancing Golliwogg’s Cakewalk Praeludium & Fuge C-Dur (BWV 531) Johann Sebastian Bach (1685-1750) In de muziekgeschiedenis verschijnt het motief van de jeugd vaak op twee manieren: als onderwerp, bijvoorbeeld in muziek die het spel en de verbeelding van het kind oproept, maar ook als creatieve kracht in het werk van jonge componisten. Juist in hun vroege werken klinkt vaak een bijzondere vrijheid: een nieuwsgierigheid die traditie onderzoekt, maar haar ook naar nieuwe richtingen buigt. De muziek in dit programma laat verschillende aspecten van dat idee horen, van kinderlijke verbeelding en lichtheid tot de gedreven kracht van jonge componisten die hun eigen muzikale taal beginnen te vinden. De suite van Mozart ontstond toen de componist zich intensief verdiepte in de muziek van barokke meesters als Bach en Händel. De ouverture en de daaropvolgende dansdelen ademen de sfeer van de ‘oude stijl’, maar Mozarts hand is overal herkenbaar. Van de sarabande is slechts een fragment – de eerste vijf maten – overgeleverd, een slotdans ontbreekt zelfs helemaal. Op basis van het begin heb ik de sarabande zelf voltooid, als een bescheiden poging om Mozarts gedachtegang verder te volgen. Hierna doemen betoverende werelden op met de muziek uit A Midsummer Night’s Dream. Mendelssohn was pas zeventien jaar oud toen hij de ouverture bij dit verhaal van Shakespeare componeerde, waarin de grillen van jonge geliefden centraal staan. Het scherzo, hoewel jaren later (1842) gecomponeerd als onderdeel van de toneelmuziek, vangt perfect diezelfde jeugdige briljantheid en magische sfeer. In dit arrangement moet het orgel zijn monumentale karakter even van zich afschudden om Mendelssohns lichtvoetige, 'elfen-achtige' transparantie te vangen. Psalm 8 vormt het uitgangspunt voor de improvisatie. ‘’Uw luister aan de hemel wordt bejubeld door de mond van kinderen en zuigelingen.’’ De omkering is treffend. Gods werkelijke majesteit ligt volgens de psalm in het zwakke, nietige en weerloze. De nietige mens onder het firmament laat Hij heersen over zijn werk. Deze tekst wordt in Matteüs 21 aangehaald door Jezus, als kinderen in de tempel ‘Hosanna voor de Zoon van David’ roepen. Overigens is hier sprake van een interessante vertaalkwestie, maar die laat ik voor vanavond even liggen… Huiswerk! Met Sweelincks variaties over het populaire zestiende-eeuwse lied Mein junges Leben hat ein End verschuift het perspectief naar een meer introspectieve sfeer. Dit klaaglied vormt het uitgangspunt voor een reeks inventieve variaties, waarin Sweelinck – niet voor niets de ‘Orpheus van Amsterdam’ genoemd – technische vindingrijkheid en expressieve diepgang met elkaar verbindt. Uit de eenvoudige melodie ontvouwt zich een verfijnd contrapuntisch weefsel, waarin motieven telkens nieuwe gedaanten aannemen. Zo ontstaat een muzikale architectuur die helder van opbouw is en tegelijk een sterke retorische kracht bezit. Het resultaat is een werk dat is uitgegroeid tot een van de beroemdste variatiewerken uit de muziekgeschiedenis. Een geheel andere blik op jeugd vinden we in Claude Debussy’s Children’s Corner. Deze pianocyclus schreef Debussy voor zijn dochter Claude-Emma, bijgenaamd ‘Chouchou’. De stukken vangen niet zozeer kinderlijke eenvoud, maar eerder de verbeeldingswereld van het kind. Van de speelse etudeparodie Doctor Gradus ad Parnassum tot de jazzy charme van Golliwogg’s Cakewalk: elk deel is een karakterstuk vol kleur en humor. Het orgel kan deze impressionistische klankwerelden verrassend goed oproepen! Het concert besluit met een wervelende Bach. BWV 531, geschreven tijdens de vroege jaren in Arnstadt (1707), is een vitaal testament van de 'Sturm und Drang' van de jonge Bach. Het preludium is een uitbarsting van improvisatorische vrijheid, terwijl de fuga een aanstekelijke en vreugdevolle ritmische drive heeft. Het is de klank van een jonge hond die de oerkracht van het orgel ontdekt, een eerste glimp van het genie dat later tot volledige rijping zou komen.
Hier vind je Orgelconcert Wibren Jonkers
FARMSUMER KERKOp de Wierde 1
9936CK Farmsum Plan je route naar Orgelconcert Wibren Jonkers