Groot voedselaanbod

Categorieën

Wil je veel verschillende planten en dieren zien? Dan is het waddengebied de plek om te zijn. Er leven en groeien duizenden soorten (biodiversiteit), veel meer dan in de Noordzee, en ieder jaargetijde is anders. En ondanks de kwetsbaarheid van het gebied is de productiviteit (volume of biomassa) een van de hoogste ter wereld en zorgt daarmee voor een groot voedselaanbod voor vissen, zeehonden en vogels.

Zeezoogdieren
Er zijn drie inheemse soorten zeezoogdieren in de Waddenzee: gewone zeehond, grijze zeehond en bruinvis. Zowel de gewone als de grijze zeehond hadden tot halverwege de 20e eeuw enorm last van de jacht, waardoor minder dan 4000 gewone en vrijwel geen grijze zeehonden in de Waddenzee waren overgebleven. Sindsdien zijn grote delen van het gebied en de gewone zeehond zelf onder bescherming gesteld, waardoor de populaties zich konden herstellen. Nu herbergt de Waddenzee ongeveer 20% van de Noordoost-Atlantische gewone zeehond. Migrerend vanuit Britse wateren worden een toenemend aantal grijze zeehonden waargenomen. En in de noordelijke Waddenzee worden regelmatig bruinvis-vrouwtjes met jongen gespot.

Trek- en broedvogels
De Waddenzee is een hotspot voor vogels en één van de belangrijkste locaties voor kustvogels in de hele wereld. Veel vogels gebruiken de Waddenzee om bij te tanken voor hun verdere trektocht.

Ze worden aangetrokken door de hoge voedselrijkdom, maar ook omdat er weinig roofdieren (zoogdieren) en menselijke verstoring is. Bijna één miljoen bodembroedende vogels, afkomstig van 31 soorten, komen hierop af. Meer dan een kwart van de Europese populaties van de lepelaar, kluut, lachstern en grote stern broeden in het Waddengebied. 

Vissen
Van de meer dan 140 vissoorten die in de Waddenzee zwemmen, brengen 20 ervan hun hele leven in het getijdengebied door. Schol en tong paaien in de Noordzee en hun eieren en larven drijven naar het getijdengebied, veranderen daar van gedaante en vestigen zich op het wad. Jonge haring en sprot zijn er vooral ’s nachts in grote scholen te vinden. Diverse tussen zout en zoet water migrerende soorten paaien in de rivieren en passeren de Waddenzee op weg naar hun leefgebieden elders.

Zeeplanten
In de Waddenzee komen verschillende wieren voor, waarvan de zeesla het bekendst is. Deze plant is, net als het darmwier, gevreesd door vissers, omdat het soms massaal voorkomt en de netten verstopt. Klein darmwier is het plantje dat verantwoordelijk is voor de groene aanslag op de dijkstenen. En je hebt vast ook wel eens van die groene kluwen van draadwier gezien of de bruinzwarte draden van het knoopwier. Blaaswier en knotswier zijn bekend vanwege de luchtkussens tussen hun bladeren. Terug van geweest, is zeegras. Geen wier, maar een plant met wortels en zaden. Er zijn twee soorten: groot en klein zeegras. In het Nederlandse deel van het waddengebied is het nog vrij zeldzaam. Maar vroeger verdienden veel mensen hun boterham met het oogsten en verhandelen van zeegras, onder meer gebruikt als vulling voor kussens en matrassen.

Kwelderplanten
Kwelders noem je het land op de grens met de zee. Er groeien hier bijzondere planten die onder deze wisselende en zoute omstandigheden kunnen leven. Opvallende kwelderplanten zijn het eetbare zeekraal, zeealsem met de sterke lavendelachtige geur, lamsoor dat de kwelders paars kleurt en zeeaster die in het najaar velden vol pluizen produceert. Andere opvallende zoutminnende soorten zijn het Engels slijkgras, schorrekruid, Engels gras, zeeraket, lepelblad, zeepostelein, schijnspurrie, zeeweegbree en de zoutmelde.

Waddenzee

Drie landen, één werelderfgoed

Ontdek het Waddengebied