Ga naar inhoud

De Nollen

Kijk nog eens

Op De Nollen loont het om niet te snel door te stappen. Een stalen vorm die van een afstand gesloten lijkt, blijkt van dichtbij een doorgang te hebben. Achter een donkere gang gloeit plots een geschilderde ruimte. Buiten tekent het zonlicht steeds andere lijnen op het staal. Daarna kijk je ook anders naar wat géén kunstwerk lijkt: het wuivende gras, een pluk duindoorn, de wolken boven Den Helder. Precies dat samenspel was belangrijk voor kunstenaar R.W. van de Wint. In zijn werk gingen landschap, sculptuur, schildering en licht voortdurend in elkaar over. Zelf noemde Van de Wint zich liever tuinman dan kunstenaar. Dat klinkt misschien eigenzinnig, maar hier klopt het. Paden maaien, bomen snoeien en hekken herstellen hoorden voor hem net zo goed bij het kunstwerk als schilderen of staal vormen. De Nollen was geen afgerond project. Het bleef groeien, verschuiven en veranderen.

Tussen duinen

Van de Wint begon hier in 1980, op een verwaarloosd binnenduinterrein aan de rand van Den Helder. Hij zocht een plek waar hij zijn ideeën niet hoefde aan te passen aan de muren en regels van een museum. Dus maakte hij zelf de ruimte die zijn kunst nodig had. Meer dan vijfentwintig jaar werkte en woonde hij op De Nollen. Hij kende ieder heuveltje, iedere boom en iedere bocht in het pad. Zo ontstond langzaam een wereld van cortenstaal, ondergrondse gangen, bunkers, schilderingen, water, dieren en wind. Rauw is het hier zeker. Maar nooit kaal. Het roodbruine staal pakt de kleur van de aarde op. Ronde vormen volgen de lijnen van het duin. Smalle torens zetten zich schrap tegen de lucht. Sommige beelden mag je buiten aanraken. Voel het koele metaal en de ruwe huid die regen, zout en tijd hebben achtergelaten.

Van donker naar licht

Een bezoek aan De Nollen gaat altijd onder begeleiding van een gids. Dat is geen stijve museumronde met jaartallen en moeilijke woorden. De gids kent de doorgangen, opent de gebouwen en helpt je zien wat zich niet meteen prijsgeeft. Bezoekers blijven op de paden, zodat het kwetsbare landschap de ruimte houdt. Binnen verandert het ritme. Je stapt van daglicht een donkere gang in. De buitenwereld valt even weg. Dan opent de ruimte zich en sta je midden tussen grote kleurvlakken. Bij het naar buiten gaan lijken het gras en de lucht feller dan daarvoor. Van de Wint zei dat het werkelijke beeld pas later in je hoofd ontstaat. Dat is misschien wel de beste gebruiksaanwijzing voor De Nollen: kijk, loop, voel en laat het daarna nog even doorwerken.

Bekend werk, onbekende naam

Misschien heb je al vaker naar werk van Van de Wint gekeken zonder zijn naam te kennen. Hij maakte onder meer de metershoge gekleurde wandpanelen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Ook elders in Nederland staan monumentale beelden van zijn hand. Toch ligt de bron van veel van dat werk hier, in het duin bij Den Helder. Na zijn overlijden in 2006 zetten zijn zonen Gijs en Ruud van de Wint het werk voort. Zij bewaken het karakter van De Nollen en werken aan de verdere voltooiing van het museum. Het blijft daarmee een kunstwerk in wording. Niet gladgestreken, wel met aandacht onderhouden. Dit landschap vraagt om tijd. Om een vorm vanuit een andere hoek te zien. En om na afloop te merken dat staal, lucht en helmgras zich ergens in je hoofd opnieuw hebben gerangschikt.

Mis niets!

Ontvang het laatste nieuws, de mooiste verhalen en de leukste routes van VisitWadden.