Flying Five

In het gehele Waddengebied vind je (bijna) ontelbaar veel vogelsoorten. Bijna te veel op te noemen. Hier vind je een selectie van vijf bijzondere vogels uit het Waddengebied: de Flying Five. 

Kanoet
​Kanoeten zijn plompe strandlopers met een korte nek en stevige poten. Ze hebben zich helemaal gespecialiseerd in het zoeken naar schelpdieren, waarbij het nonnetje de voorkeur heeft. Als ze voedsel zoeken, zie je ze langzaam over het wad struinen met voorovergebogen kop en hun snavelpunt in het slik gedrukt. Bij elkaar eten alle kanoeten jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen kilo schelpdiervlees uit de Nederlandse wadbodem.


Drieteenstrandloper
Drieteenstrandlopers houden van het strand. Daar rennen ze achter de golven aan op zoek naar voedsel. Drieteenstrandlopers eten allerlei diertjes die na de golf achterblijven, of ze nu aanspoelen uit zee, zoals kleine kreeftachtigen, of in de zandbodem leven, zoals de gemshoornworm. Drieteenstrandlopers kunnen enorme afstanden afleggen zonder te rusten. Om hun voedsel te vinden hebben ze een zandstrand nodig. Niet overal langs de trekroute komen stranden voor en soms moeten ze dan ook 5000 kilometer non-stop afleggen.

Rosse grutto 
In de zomer is het mannetje van de rosse grutto veel roder dan de gewone grutto, vandaar de naam. In de andere jaargetijden is het moeilijker om de twee grutto's uit elkaar te houden, maar de rosse is kleiner dan de gewone en hun snavel buigt net iets meer omhoog. Rosse grutto's zijn echte trekvogels. Twee keer per jaar reizen ze meer dan 4000 kilometer tussen hun zomer- en winterverblijf. De Waddenzee is een tankstation voor deze wereldreizigers. Hier rusten ze even uit en eten ze zich rond voordat ze weer verder trekken.

Bergeend
Bergeenden zitten qua formaat tussen eenden en ganzen in. Van een afstand lijken ze zwart met wit, maar ze hebben juist veel kleuren. De mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, alleen hebben de mannetjes een knobbel op hun snavel. Ze zorgen ook allebei voor de jongen, daarin lijken ze op ganzen. Bergeenden houden van modder. Wroetend in het slib zoeken ze naar iets te eten, zoals wormen of slakjes die in de bodem leven. In een koude winter, als de wadden bevriezen, sterven veel bergeenden van de honger. Dan kunnen ze daar niet meer bij hun voedsel.


Grote Stern
Grote sterns zijn te herkennen aan hun geinige zwarte kuif. Ze zijn gebouwd voor een leven aan de kust. Met hun lange, slanke vleugels kunnen ze perfect boven de golven zweven op jacht naar vis. Het zijn echte gezelligheidsdieren. Ze broeden graag in grote groepen bij elkaar. Daarbij zoeken ze ook gezelschap van andere sterns en meeuwen. Dat levert extra bescherming op tegen rovers. Visdiefjes en kokmeeuwen zijn een stuk agressiever dan de goeiige grote sterns. In de winter trekken de meeste grote sterns naar Afrika of Zuid-Europa.

  • Waddenzee

  • Ontdek het Waddengebied