Wie bouwden deze heuvels?

Dutch mountains worden ze wel genoemd. De terpen en wierden die je nog overal langs de waddenkust boven het land uit ziet steken. Bovenop een stoer Romaans kerkje. Watermanagement avant la lettre. Wie bouwden deze heuvels en wat vertelt hun verhaal ons nu?

Fake news
Het terpen- en wierdenland is net zo oud als het vertekende beeld van het leven langs de waddenkust voordat er dijken waren. Dat is de schuld van Plinius de Oudere. Hij schreef een van de beroemdste antieke teksten over het gebied. Erg vrolijk stemde die niet. Hij beschreef de terpbewoners als schipbreukelingen. Fake news. Maar het zorgde er wel voor dat er nu nog steeds mensen denken dat het gebied elk tij onderliep.

Rijke elite
In werkelijkheid was het leven op de terpen en wierden zo slecht nog niet. Niet voor niets behoorde de kuststrook in de tijd van de Friese koningen, in de zevende en achtste eeuw, tot de dichtst bewoonde gebieden van Europa. Langs de kust lagen meer dan duizend terpen en wierden. De vele gouden, zilveren en bronzen sieraden en munten die er zijn gevonden, laten zien dat in ieder geval de lokale elite niet bepaald arm was. Zij dreven handel met onder meer Scandinavië en Engeland. Romeinse munten wijzen erop dat het gebied ook mondiaal meetelde.

Eerste bewoners
Dat gold overigens nog niet voor de eerste bewoners, die zo’n zeshonderd jaar voor het begin van de westerse jaartelling naar de kust trokken. De Waddenzee liet bij elk tij een laagje slib achter op het land, waardoor er kwelderwallen ontstonden. De pioniers van de kust kwamen eerst alleen naar het vruchtbare gebied om hun vee te weiden. Maar al snel begonnen ze op de kwelderwallen verhogingen en verstevigingen van zoden aan te brengen om er beschermd tegen stormen permanent te kunnen gaan wonen. Dat verklaart waarom de terpen zo mooi op een rij in het landschap liggen.

Klimaatverandering
De eerste bewoners legden al dijkjes aan. Dat deden ze ook in de tijd van Plinius. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat het water elk tij zo hoog kwam dat de bewoners alleen op hun terp nog droog zaten. Was hij twee eeuwen later gekomen, dan was zijn beeld eerlijker geweest. 

Tussen 200 en 400 veranderde het klimaat, waardoor het land zo vaak te maken kreeg met overstromingen, dat je er niet meer kon wonen. Het gebied raakte verlaten. Maar vanaf 400 werd de Waddenzee weer minder verwoestend en begon de vruchtbare klei weer te trekken. Nieuwe bewoners gebruikten de restanten van de oude terpen om het land weer bewoonbaar te maken.

Tuinbonen en gerst
Deze nieuwe bewoners kwamen uit de zuidoostelijker zandgebieden. Uit onderzoek blijkt dat zij hun gewoonten meenamen naar de kust. Ze gingen dus niet vissen en schakelden niet over op een dieet van zilte groenten als zeekraal en lamsoor. Ze verbouwden wat ze altijd al hadden verbouwd. Daarom vind je overal in het terpen- en wierdenland gerst in de bodem en op verschillende plekken zijn kleine tuinboontjes gevonden. 

Sommige boeren bouwden een dijkje rond hun land, anderen legden een greppel aan, maar er waren ook boeren die hun land helemaal niet beschermden. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben bij Paesens buitendijks proefveldjes aangelegd om te kijken welke methode het beste werkte. Dat bleek de greppel te zijn. Die vormt niet alleen een waterbuffer, maar houdt ook de hazen uit het land. De vraag is dan ook waarom de terpbewoners vanaf ongeveer 800 steeds meer zijn gaan bedijken. Maar op die vraag hebben de landschapshistorici nog geen antwoord. 

Land van dijken
Wat we wel weten, is hoe die bedijking in zijn werk ging. Eerst bouwden terpbewoners dijken tussen twee terpen. Twee terpen werden er meer en zo ontstonden er ringdijken, zoals de Pingjumer Halsband. In de loop van de eeuwen werd het dijkenstelsel steeds uitgebreider en kwam er ook een zeedijk die bij elke landaanwinning een stuk verder opschoof naar het noorden. Het terpen- en wierdenland werd een dijkenland.

Vruchtbare aarde
Lange tijd bleven de terpen en wierden achter de dijk een beetje functieloos liggen. Tot er eind twintigste eeuw grote belangstelling ontstond voor de vruchtbare aarde waaruit ze waren opgebouwd. In hoog tempo werd rond de eeuwwisseling de ene na de andere terp afgegraven om de aarde als mest te kunnen verkopen aan de arme zandgronden. Sommige terpen en wierden verdwenen helemaal, van andere restte na afgraving alleen nog het centrum met zijn kerk, al dan niet met een ring boerderijen. De opkomst van de kunstmest midden vorige eeuw maakte een einde aan de afbraak van het oeroude cultuurlandschap. 

In de beginperiode was er bij de afgravingen weinig oog voor vondsten die in de aarde werden gedaan. Later werd de waarde van de terpen en wierden als archeologische archieven gelukkig ingezien. Hierin speelde professor Van Griffen een belangrijke rol. Museum Wierdenland in Ezinge vertelt zijn verhaal. Dankzij hem en zijn collega’s vind je nu op veel plekken musea en bezoekerscentra die je meenemen in de bijzondere geschiedenis van het terpen- en wierdenland langs de waddenkust. 

Hier wil je meer over weten

  • Topervaring

    Interesse in het terpenland? Dan is Hegebeintum een topervaring. De hoogste terp in het waddengebied. 

  • Schatkamer

    Ontdek het verhaal van professor Van Giffen en zijn bijzondere opgravingen in Museum Wierdenland in Ezinge.

  • Reizen door de tijd

    In Warffum lijkt te tijd te hebben stilgestaan. Loop door de smalle straatjes en je krijgt een aardig idee van het leven op een wierde rond 1900.

  • Virtueel meegraven in Godlinze van 1919

    Wat zagen archeologen toen ze in Godlinze rond 1920 opgravingen deden. Bekijk het zelf!

  • Wonen op en in de zoden

    De eerste poging mislukte. De oorspronkelijke terpwoning bezweek onder te veel regen. Maar de tweede versie staat. Als een huis. Een zodenhuis. 

  • Ontdek alle terpen en wierden

    Meer informatie over tientallen terpen en wierden, is te vinden op de website van Adriaan Konings. 

Dit wil je verder lezen