Of het waar is, weten we niet. Maar het verhaal wil dat Vlieland in de dertiende eeuw werd geregeerd door koningin Wanda, dochter van Wicholf de Sakser. Op het vorstenhuis rustte een vloek. Bij een broedermoord in de familie zou de haven van Vlieland verzanden, gebeurde het nogmaals dan zou de zee door het eiland stromen. En er had al een broedermoord plaatsgevonden en de haven was verzand!

Runo en Worp

Wanda, een zonderlinge, maar trotse vrouw, had ooit twee zonen. Runo en Worp. De oudste was als klein kind in een barre stormnacht vlak voor Kerst op een ijsschots verdwenen en nooit meer teruggezien. Met haar zoon Worp woonde ze in een hut op het grote duin.

Worp was inmiddels al een man toen monniken van het Harlinger klooster ludingakerke naar Vlieland kwamen om er een kanaal te laten graven tussen Texel en Vlieland. Zo kon het water uit de Zuiderzee zijn weg naar de Noordzee vinden. Wanda zag niets in het plan en riep de eilanders op zich te verzetten. Die zagen het graven van het kanaal echter als een mooie kans om wat te verdienen. En dus gingen de grafwerkzaamheden van start, onder leiding van ene broeder Bouwe. Wanda, boos dat de Vlielanders niet naar wilden luisteren, gebood haar zoon broeder Bouwe te doden. Ze hoopte dat de monniken dan het werk zouden staken en terugkeren naar de wal. 

"Wilt u nu na ons ook de meeuwen wegjagen?"

Worp weigerde. ‘Nooit zal ik mijn hand opheffen tegen een ander mens,’ beet hij zijn moeder toe. Op een dag zag hij echter broeder Bouwe in de duinen met zijn staf de meeuwen verjagen die om zijn hoofd cirkelden. ‘Wilt u nu na ons ook de meeuwen wegjagen?’ vroeg hij de monnik. Om de spanning te breken glimlachte deze. Worp dacht echter dat broeder Bouwe hem uitlachte. Een blinde woede maakte zich van hem meester. Hij greep de monnik bij zijn pij en beide mannen vielen worstelend in het zand.

Toen Bouwe Worp met zijn staf raakte, knapte er iets in hem. Woest herinnerde hij zich de woorden van zijn moeder. In een beweging pakte hij zijn jagersmes en stak Bouwe in zijn borst. En nog eens en nog eens. Toen hij zich realiseerde wat hij had gedaan, wilde hij wegrennen. Maar in de ogen van de stervende monnik zag hij iets bekends. Hij knielde naast hem neer en hield zijn hand vast. Zo stierf broeder Bouwe.

Het mes van Worp

Worp bleef een tijdje bij de monnik zitten. Toen het begon te schemeren, liep hij langzaam terug naar de hut. Wanda reageerde verheugd op zijn verhaal. Maar opeens zag ze dat het mes van Worp niet aan zijn riem hing. Voordat ze iets konden doen, werd er al op de deur geklopt. De schout en schepenen hadden het mes van Worp herkend en kwamen hem ophalen om hem voor de vierschaar (het gerecht) te brengen. Wanda’s verweer dat haar zoon de hele dag thuis was geweest, maakte geen verschil. Wanda en haar zoon moesten mee.

De stoet trok de duinen in, naar abt Syard, die bij Bouwe was gebleven. Bij de monnik aangekomen, gebood de schout Wanda naar het mes te kijken en hem te vertellen of zij het herkende. Wanda boog zich over het lijk. Toen viel haar oog op de schelpenketting om de nek van de monnik. ‘Hoe komt hij daaraan?’ vroeg ze de abt. Die vertelde dat Bouwe de ketting al had toen de monniken hem als kind hadden gered van een ijsschots.

Broedermoord

Op dat moment slaakte Wanda een ijselijke kreet. ‘Worp, je hebt je broer vermoord! Nu zal de vloek uitkomen en de zee zal vrij door Vlieland stromen.’ Die nacht stak er een vreselijke storm op die de duinen wegsloeg en dood en verderf bracht.

De berouwvolle Worp werd opgenomen in het klooster, maar Wanda verdween, overmand door verdriet, in de golven. Hoewel, als de noordwesterwind om het eiland giert, kun je soms op het hoogste duin een vrouw zien staan. Haar armen omhoog geheven alsof ze de zee wil terugdringen.

Verder lezen? - Ontdek meer Sprookjes en Sagen van de Wadden