Een eiland vol verhalen

Tientallen jaren, soms wel eeuwenlang, werden ze van generatie op generatie doorverteld: volksverhalen. De Waddeneilanden én het kustgebied zitten boordevol met deze bekende (en onbekende) verhalen. Zo ook op het eiland Terschelling. Er zijn veel verhalen die iedereen (bewoner óf bezoeker) minstens eenmaal in z'n leven gehoord moet hebben. Zoals het verhaal van het Striper Wyfke of de Doodemanskisten. Maar zijn het nou wilde verhalen, sprookjes of sages? Niemand weet het honderd procent zeker. Laten we er eens een aantal onder de loep nemen.    


Leestijd: ongeveer 15 minuten

Het Striper Wyfke

Midden op het eiland van Terschelling, in het piepkleine gehucht Striep, vind je het Striper kerkhof. Op het eerste oog is het niet bepaald het mooiste stukje van het eiland. Sterker nog, het ziet er allemaal een beetje kaal uit, saai zelfs. Maar niets is minder waar over deze plek. Eeuwen geleden stond op deze plek de imposante Sint Maartenskerk, totdat de Watergeuzen in 1569 de grote kerk in brand staken. Ook het huis van de pastoor en zelfs een kasteel ontkwamen niet aan de vlammen. Alleen het kerkhof herinnert ons nog aan de glorierijke jaren van Striep. Maar dat kerkhof zou een belangrijke rol spelen in de bekendste sage van Terschelling: het Striper Wyfke. 

In 1666 vond er een grote inval van de Engelsen plaats op Terschelling. De Britse troepen staken West-Terschelling in brand en trokken in hoog tempo de rest van het eiland over. Totdat ze aankwamen bij Striep, waar ze een oude dame aantroffen. De Nederlandse "meeloper" Lauwrens Heemskerck vroeg de oude dame wat er aan de andere kant van een groene heuvel te vinden was. De oude dame wist dat hij doelde op het Striper kerkhof. "Ze staan er bij honderden, maar liggen er bij duizenden", verklaarde ze, verwijzend naar de vele graven. Er ontstond verwarring in het Engelse kamp. Zouden er echt zoveel soldaten klaar staan om ze op te wachten? De Engelsen kozen het hazenpad en vertrokken hals over kop van Terschelling. De oude dame bleef verbouwereerd achter maar bleek achteraf een grote heldin voor Terschelling. Ze had tenslotte in haar eentje een heel Engels leger tegengehouden. Tot de dag van vandaag wordt het Striper Wyfke geëerd op het eiland met een standbeeld. Een standbeeld dat nog altijd wijst naar het Striper kerkhof. 

De kerk van Hoorn

Niet de iconische Brandaris maar de Sint-Janskerk in Hoorn is het oudste gebouw van Terschelling. De oudste gedeeltes van de kerk stammen nog uit de 13e eeuw. Maar de Sint-Janskerk staat niet alleen bekend om zijn leeftijd, ook het verhaal achter het ontstaan van de kerk is een bekende sage op het eiland. Een verhaal waarin vooral de keuze van de locatie nogal opvallend is. 

Het verhaal over de Sint-Janskerk in Hoorn begint bij twee oude weduwes. Beide dames zijn stinkend rijk en besluiten hun geld uit te geven aan iets moois. Aangezien ze beide regelmatig flink wat kilometers afleggen naar de kerk van Striep, bedenken ze een plan om een eigen kerk te bouwen. Dichter bij huis. Maar de locatie? Daar komen ze niet uit. Ze besluiten om het aan de Lieve Heer zelf over te laten en bidden of Hij de plek wil aanwijzen via een koe. Een koe? Echt waar. De volgende dag sturen ze het beestje op pad. De koe "kiest" een prachtige plek uit voor de kerk: op een duintop, met in de verte de Waddenzee. Maar de plek mag dan wel prachtig zijn, de kwaliteit van het land is het zeker niet. De twee oude dames laten zich niet uit het veld slaan en houden stug vol. Mét succes! Want ondanks de slechte grond, staat de Sint-Janskerk tot de dag van vandaag nog altijd overeind in Hoorn. Allemaal dankzij twee oude weduwes én een koe.   

Doodemanskisten

Ben je wel eens op Terschelling geweest? Dan heb je ongetwijfeld wel van de Doodemanskisten gehoord. Een klein maar erg mooi duinmeertje, achter West-Terschelling. Omringd door dennebomen, met in het midden van het meer twee kleine eilandjes. Maar waarom heeft dit duinmeertje zo'n griezelige naam? Waar komt de naam Doodemanskisten eigenlijk vandaan? Het verhaal ligt diep verstopt onder het water. 

 

 

 

Heel lang geleden zou er een kasteel hebben gestaan op één van de eilandjes. In het kasteel woonde een prinses, helemaal alleen. Haar ouders en familie waren gestorven toen ze nog jong was en nooit had ze een geschikte huwelijkskandidaat gevonden. Ze wilde per se op het kleine eiland blijven wonen, dus hield ze de deur van haar kasteel dicht.

Op een dag, na een fikse winterstorm, kwamen de inwoners van West-Terschelling tot een verontrustende ontdekking. Op het strand waren honderdtweeëntwintig mannen aangespoeld, allemaal verdronken. De prinses van het eiland stond erop dat ze allemaal eervol begraven zouden worden. Er was alleen één probleem: alle mannen waren besmet met de pest, ook wel de zwarte dood genoemd.

Waar moesten deze mannen nou begraven worden? Ze konden niet terecht op een begraafplaats en ook niet in de duinen. Maar de prinses wist nog een geschikte plek om deze mannen een eervol graf te geven. Met hulp van de strandjutters van Terschelling, werden alle mannen begraven in de slotgracht van het kasteel van de prinses. Nadat het water van de slotgracht was afgevoerd naar de Waddenzee, kregen de verdronken mannen hun laatste rustplaats. Tot op de dag van vandaag wordt het meertje boven West-Terschelling Doodemanskisten genoemd. En de prinses? Die schijnt 's nachts nog rond te dwalen op de plek waar vroeger haar kasteel stond... 

Sprookjes en sagen van Terschelling

De bron voor de drie bovenstaande verhalen, is het prachtige boek Sprookjes en sagen van Terschelling van Richard van der Veen & Irina Filtzer. Het boek, vol schitterende verhalen en illustraties, is uitgegeven door museum 't Behouden Huys en hoorde bij een uitgebreide expositie.

Sprookjes en sagen van Terschelling is verkrijgbaar voor €16,50 via de webshop van VVV Terschelling. Je kunt het boek bestellen via de onderstaande knop. Bekijk ook eens het pas verschenen tweede boek van Richard van der Veen: Wonderlijke Waarheden van Terschelling.

Meer informatie

Museum 't Behouden Huys

Hét cultuur-historische museum van Terschelling. Er zijn exposities over Willem Barentsz, goudschip "de Lutine" en Terschellinger "stijlkamers" van de 19e eeuw. Er zijn ook verschilende activiteiten zoals een schatkaart speurtocht voor de jeugd, poppenkast "Nova Zembla" voor de allerkleinsten met ouders én vaartochten met de "Rutgers van Rozenburg" voor iedereen.

Meer informatie

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met VVV Terschelling en museum 't Behouden Huys.