De ‘hoge’ polders van Terschelling

Categorieën

De oudste polder van het eiland, en daarmee de moeder van het Terschellinger boerenland, is de Stryperpolder. Deze is nog altijd goed herkenbaar als slenkenlandschap, met de Stryperkwelder aan de andere kant van de dijk. De polder is vernoemd naar de oudste nederzetting, Stryper, gevestigd op een natuurlijke, door duinen gevormde terp.

Ten zuiden van deze nederzetting maakten vroege bewoners hun ‘Nieuwland’. De Stryperpolder werd in 1602 voor het eerst bedijkt, enigszins onbeholpen nog. Tot in de negentiende eeuw vonden er dijkdoorbraken plaats; de laatste in 1825. De polder kwam blank te staan. Achter de weggeslagen dijk vormden zich door de sterke stroming diepe poelen of wielen. Het Ponswiel, achter de oude slaperdijk, is op die manier ontstaan. Een herinnering aan de nietsontziende  kracht van de zee.

De mens maakte de Terschellinger polders veilig en leefbaar, de natuur – de dynamiek van de zee – maakte ze vruchtbaar. In tegenstelling tot de  karakteristieke Nederlandse polders op de vaste wal, liggen de Terschellinger polders hoger dan het land aan de andere kant van de duinen. De bodem van het polderland helt van de hoge gelegen zandgronden af naar de lagere gedeelten. Beekjes (sienen) voeren het water uit de duinen af. In de lagere delen gaan ze over in wadprielen- of slenken.

Beleef dit verhaal met deze routes:

Bekijk ook:

Watererfgoed

Lees hier meer over Watererfgoed

Terschelling

Lees hier meer over Terschelling