Van Waddeneiland naar polder

Wie de geschiedenis van de drooglegging, inpoldering en dijkwerken van nabij wil zien, zit goed in Wieringermeer. Deze polder en voormalige gemeente (tegenwoordig deel van Hollands Kroon) vertelt een bijzonder verhaal. Hoe het gebied in 1170 een eiland werd na de Allerheiligenvloed. Over hoe de drooglegging in de crisisjaren van de 20ste eeuw leidde tot de bouw van de Afsluitdijk. En over het Joodse werkdorp Nieuwe Sluis en hoe de Duitsers aan het eind van WOII de polder weer lieten vollopen.

Keizerlijke kroonprins
Het gebied was rond het jaar 1000 nog land en had zelfs een groter oppervlak dan de huidige polder. Door de grote stormen van de 12e eeuw liep het gebied onder water en werd het onderdeel van de Zuiderzee. Rond het begin van de 20ste eeuw telde het eiland van 10 bij 5 kilometer acht dorpjes met ongeveer 3.000 inwoners, die vooral van de visserij en landbouw leefden.

Uitgerekend op Wieringen werd 12 november 1918 - een dag na het einde van de Eerste Werelderoorlog - kroonprins Frederik Wilhelm van Pruisen ondergebracht door de Nederlandse regering. De zoon van Keizer Wilhelm II, die zelf in Doorn in ballingschap ging, mocht op 10 november 1923 weer naar Duitsland terugkeren.

Gemaal Lely
Vanaf 1924 werd begonnen met het aanleggen van een dijk die het eiland Wieringen verbond met het vasteland. Met de aanleg van de Wieringermeerpolder werd in 1927 begonnen. Voor het droogmaken werd gebruikgemaakt van het gemaal Lely (bij Medemblik) en het gemaal Leemans (bij Den Oever). Op 10 februari 1930 werden de pompen in gebruik gesteld en op 21 augustus viel de polder droog.

Volgens het oorspronkelijke plan zou de polder pas worden aangelegd na de voltooiing van de Afsluitdijk. Maar omdat Nederland na WOI grote behoefte had aan landbouwgrond werd de aanleg versneld. Vanaf 1934 werd het nieuwe land in cultuur genomen. De kavelgrootte voor de nieuwe boeren werd door de Directie Wieringermeer van de Dienst Zuiderzeewerken bepaald en uitgegeven via een pachtsysteem.

Joodse vluchtelingen
In datzelfde jaar werd het Joodse Werkdorp Nieuwesluis in gebruik genomen, waarvan Abel Herzberg later directeur was. Hier kregen uit Duitsland en Oostenrijk gevluchte Joden een agrarische vakopleiding. Dat zou ze in staat moeten stellen zich te vestigen in Palestina, de Verenigde Staten of in Zuid-Amerika. In totaal verbleven er 750 tot 900 Joodse jongeren. Na de Duitse inval en bezetting in Nederland werd het dorp in maart 1941 ontruimd. Het voormalige gemeenschapsgebouw en de Oostwaardhoeve bleven bewaard en zijn sinds 2002 een rijksmonument.

Arke Noach
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de polder door de Duitsers onder water gezet. Op 17 april 1945 bliezen zij de dijk op twee plaatsen op, waarna de polder binnen twee etmalen onder water liep. Alle gewassen en vrijwel alle bebouwing ging verloren. Na de oorlog werden de gaten gedicht en op 11 december 1945 viel de polder weer droog. Het raadhuis van de gemeente was verzwolgen door het water en er werd in Lutje Kolhorn een tijdelijk raadhuis gebouwd. Dit werd de Arke Noach genoemd, omdat dit bijna het enige plekje was waar men droog bleef.

Beleef dit verhaal met deze route:

Bekijk ook:

Watererfgoed

Lees hier meer over Watererfgoed

Waddenkust Noord-Holland

Lees hier meer over Waddenkust Noord-Holland